Philippe den Hartog: “Ik kom voor plezier én titels.”

In 2011 werd Philippe den Hartog (29) kampioen in de tweede klasse met vv Nieuwerkerk en ging in de top van het zaterdagvoetbal spelen. Elf jaar later lost Philippe zijn belofte aan voorzitter Hans Jeroense in, dat hij bij Nieuwerkerk zijn carrière zal afsluiten. “Ik train al meerdere weken mee. Ik moet weer fit worden, maar dat komt vanzelf.”

“Ik speelde de laatste jaren bij vv Capelle, dat is ook echt mijn club geworden. Ik ging daar als broekie van 18 heen, kwam na een wedstrijd of zes in de basis en maakte twee keer de winnende goal. Vanaf dat moment was ik basisspeler. Het is een geweldige club met leuke mensen. De laatste jaren speel ik er weer, maar ik kon het steeds moeilijker opbrengen. Ik heb een eigen bouwbedrijf Hartog Bouw, dat flink is gegroeid. Met mezelf erbij zijn we nu met acht medewerkers. Dat geeft ook zorgen. ’s Avonds staat de TV wel aan, maar zit ik te checken wat ik de volgende dag moet doen. Ik krijg niks van de TV mee. Een voetbaltraining moet dan ook ontspanning zijn, een manier om mijn hoofd leeg te maken. Dat was het bij Capelle niet meer; ik had vaak tegenzin om naar de training te gaan en dat moest drie keer per week. Ik had sinds de winterstop een time-out bij vv Capelle en ergens de knoop doorgehakt dat ik het niet meer ging opbrengen. Mijn oude club Nieuwerkerk kan me het plezier wel geven, en hopelijk meer, want ik wil ook meerdere keren kampioen worden hier. Zonder ambitieuze doelen kan ik niet presteren, het is bij mij altijd 100%.”

Zonder ambitieuze doelen kan ik niet presteren, het is bij mij altijd 100%.

“Mijn bedrijf gaat lekker. Sinds corona gaat het goed in de bouw, al zijn er wel problemen met leveringen. Het voelt niet goed dat we daarom soms projecten niet op tijd af kunnen ronden. Ik heb nu vier projecten lopen, allemaal in Nieuwerkerk en Capelle. Dat is echt luxe. Ik ga elke dag een broodje halen bij mijn moeder Jolanda Bij Bourgondisch op de Dorpsstraat. Ik woon weer in Nieuwerkerk met mijn vriendin Sisley, maar nog niet in een zelf gebouwd huis. Dat gaat er wel komen, ik heb als doel gesteld dat ik voor mijn 35e mijn eigen huis heb gebouwd.”

“Mijn beste periode was mijn eerste half jaar bij Quick Boys. Na mijn derde jaar bij Capelle wilde Quick Boys dat ik bij ze kwam spelen. Ik had mijn ja-woord al aan Capelle gegeven, maar ging toch in op het voorstel van Quick Boys. Xander van der Veeken, waarmee ik speelde bij Nieuwerkerk, hielp me daar altijd bij. Quick Boys is voor mij de mooiste amateurclub van Nederland. Alleen dat geweldige veld al, dat door de KNVB wordt onderhouden, omdat Oranje er vaak traint. Veel supporters, veel beleving. Toen ik daar begon, was ik echt in topvorm. Elke actie lukte, ik was vaak beslissend. Ik was 22 en had de droom voor profvoetbal nog niet opgegeven. Totdat in een rechte sprint alles kapot ging in mijn rechterknie. Zonder aanleiding scheurde ik kruisbanden, meniscus, alles was kapot. Ik heb een jaar gerevalideerd en nog drie seizoenen bij Quick Boys gespeeld. Ik heb nooit meer het niveau bereikt van voor de blessure. Eerst duurde het best lang voor de knie weer helemaal goed voelde, maar daarnaast speelden de groei van mijn bedrijf en dat ik wat vaker uit ging natuurlijk ook een rol.”

De derby met Quick Boys tegen Katwijk, waar ik de winnende scoorde en in het publiek sprong, zal ik ook nooit vergeten.

“Toen ik drie was zijn we in Nieuwerkerk komen wonen. Mijn vader Peter is een echte Rotterdammer en mijn moeder kwam uit Brabant. Ik heb mijn voetbaltalent van mijn vader, die hoog speelde. Mijn opa speelde in het eerste van Excelsior vroeger. Al na mijn eerste wedstrijden in de F-pupillen van vv Nieuwerkerk wilden scouts mij al naar BVO’s hebben. Dat hebben we lang tegengehouden, maar toen ik in de E-top speelde ben ik toch naar Sparta gegaan. Ik heb er vijf jaar gespeeld, maar moest weg omdat ze vonden dat ik het fysiek niet aankon. Ik was klein, maar toen ook heel mager. Ron Luijten was mijn trainer bij Sparta en hij ging naar Nieuwerkerk. Ik ben toen met hem meegegaan en kwam in de B1 bij Menno Homan en Jordy Craanen. Ik heb me in de Nieuwerkerk-jaren verder ontwikkeld en was als hele jonge speler al vaak beslissend in het jaar dat we kampioen werden.”

Ik was als hele jonge speler al vaak beslissend in het jaar dat we kampioen werden.

“Dat kampioenschap is één van mijn hoogtepunten. De derby met Quick Boys tegen Katwijk, waar ik de winnende scoorde en in het publiek sprong, zal ik ook nooit vergeten. Het kampioenschap in de Hoofdklasse met Quick Boys was ook een hoogtepunt. Ik ben nog steeds de speler van toen, een gevaarlijke buitenspeler die 100% gaat met een winaarsmentaliteit. Soms te erg, ik heb voor een aanvaller te vaak een directe rode kaart gehad omdat ik mijn directe tegenstander doormidden schopte als we achterstaan en het niet loopt. Dat zit er nog steeds wel in, vrees ik. We gaan in ieder geval plezier maken. Lekker kletsen over voetbal en van alles in de kleedkamer, dan lekker trainen en op zaterdag vlammen met het elftal en samen met die mafkees Remco Langerveld de verdediging van de tegenstander op een hoop spelen. Dat gaan we doen komend jaar.”

One Reply to “Philippe den Hartog: “Ik kom voor plezier én titels.””

  1. Welkom terug, Philippe. Veel supporters zijn blij dat je volgend seizoen weer op Dorrestein bent te bewonderen. En al is Capelle je club in de loop der jaren geworden, jouw roots liggen op dit sportpark. De zakelijke carrière wordt nu steeds belangrijker en daarom is het mooi dat je dit wilt combineren met hopelijk nog enkele mooie sportieve en succesvolle jaren. We kijken er naar uit. Veel succes!

Laat een antwoord achter aan Paul van Leeuwen Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.