“Voor mij is het nooit slecht, soms wat minder goed.”

Adri Hermus

Adri Hermus (68) is zestig jaar lid van vv Nieuwerkerk. Rond de voorwedstrijd tussen bestuursleden van Nieuwerkerk vroeg Robbie Donken of Adri zondag 4 wil trainen. “Ik heb gevraagd wie in dat team spelen. Veel jongens ken ik, ze speelden eerder in teams die ik trainde. Daar had ik echt zin in. Ik ben met ze gaan zitten wat ze willen. Dat was simpel, bezig gehouden worden. Het is mijn doel dat ze niet weglopen. Dus we doen op donderdagavond een warming uppie, pass en trappen, positiespel en een lange partij. De eerste twee keer vielen al uit. Feyenoord was een keer op TV en er was Culinesse. Allemaal prima joh.”

“Ik vond als kind de trainingen maar niks. Een andere tijd, het was nog op de Rijskade. Alle jongens op een rij en de trainer gooide dan één bal die je om de beurt moest terug spelen. En verder rondjes lopen. Ik deed ook bokstraining, dat vond ik grappiger, veel intensiever.”

“Ik heb van mijn 16e tot 32e gebokst in Crooswijk bij ome Jan Klijnoot samen met Teun Brommer en Nikkelen Kuyper.  Weinig klappies gekregen hoor, maar steeds net niet kampioen. Eén keer wijt ik aan mijn trainer. Die zegt voor de derde ronde: uitboksen en je bent kampioen. Ging ik me nonchalant uitsloven. Kreeg ik een knal op mijn kin en stond ik op de foto in de krant. Van mijn voeten, liggend in de ring.”

“Ik heb wel dingen uit de bokstraining meegenomen naar het voetbal. Drie minuten intensief en één minuut rust, vooral dat. Dat is belangrijk voor de explosiviteit. Vaak gaan dingen toch op halve kracht bij voetbaltrainingen. Behalve bij de echte liefhebbers. Jongens als Michel Laanen en Boevie, die kwamen van hun werk en kleedden zich snel om op veld 4. Dan trainden we wel tot half elf door.”

“Ik voetbalde vroeger in het tweede. Ik was een snelle linksbuiten, mijn bijnaam was Zoef. Ruud Viets vroeg een keer of ik jeugdtrainer wilde worden bij de D’tjes. Was volgens hem een makkie: meerdere teams, en de meeste jongens kwamen toch niet. Bij mij kwamen ze wel, ze kregen echt voetbaltraining. Hadden we meteen problemen met ballen enzo.”

“Als je dan gevraagd wordt om het vierde te trainen, dan doe ik dat vooral omdat ik een echt clubmens ben. Alles draaide in ons gezin om voetbal en de club. Met mijn zoon Marcel en dochter Bianca voetbalde ik elke avond in de gang op onze flat. De buurvrouw zal wel gek geworden zijn, maar hun traptechniek werd wel heel goed. Bianca’s bijnaam was Koeman toen ze op voetbal zat, zo hard schoot ze. En mijn vrouw Wijna stond jaren achter de bar. We waren er altijd op zondag.”

“Ik was 25 jaar conciërge op de Montessorischool en nu drie jaar met pensioen. Als trainer blijf ik bewegen en meedoen in de maatschappij. Ik ben een gozer die op de achtergrond blijft en altijd positief. Voor mij is het nooit slecht, soms is het wat minder goed. Dat horen de jongens liever.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *